202014Feb

BTW aftrek bedrijfswagens: forfaitaire methode

Sinds begin 2011 wordt voor een gemengd gebruikt bedrijfsmiddel alleen nog maar BTW aftrek toegestaan in verhouding tot het effectieve beroepsgebruik. Vooral voor auto’s stuitte deze maatregel op veel kritiek. Daarom werd de uitvoering van de regel ‘tot nader order’ opgeschort.

Eind 2012 werd een vereenvoudigde  regeling uitgewerkt die van toepassing is vanaf 1 januari 2013.

De BTW-plichtige mag kiezen uit drie methodes om het beroepsgebruik van voertuigen vast te stellen. Zo krijgt hij de kans om te vermijden dat hij elke gereden kilometer voor elk voertuig moet documenteren.

Het aftrekpercentage dat bekomen wordt op basis van de gekozen methode, moet onder meer worden toegepast op de BTW geheven op de aankoop of huur van het voertuig, op herstelling, onderhoud, brandstof, enz. Dit voor personenwagens en lichte vrachtwagens.


Methode 1: Rittenadministratie

In de eerste methode moet de belastingplichtige een ‘volledige rittenadministratie’ bijhouden. Dat kan via manuele invoer (via rittenboekje) of automatisch (via GPS systeem).

Het privégebruik moet worden bepaald op grond van het werkelijk aantal gereden privékilometers (woon-werkverkeer is eveneens privé) ten opzichte van het totaal aantal kilometers.

Concreet dient het volgende bijgehouden te worden: datum, beginadres, eindadres, aantal afgelegde kilometers per rit en totaal aantal kilometers per dag. Dit dient te worden toegepast per vervoermiddel van de onderneming en is voor een personenwagen beperkt tot maximum 50% aftrek.


Methode 2: Forfait voor privégebruik

Wie opziet tegen zo’n rittenadministratie, kan ook een forfait toepassen. Het privé-aandeel wordt dan berekend aan de hand van volgende formule:

afstand woon-werk x 2 x 200 + 6.000 km

totale afstand


bijvoorbeeld: voor een auto die gebruikt wordt door een werknemer die op 30 km van zijn werk woont en in totaal jaarlijks 30.000 km aflegt, zal de BTW aftrek dus beperkt worden tot 40%.

(namelijk 30 km x 2 x 200 werkdagen = 12.000 km woon-werk + 6.000 km bijkomend privé = 18.000 km privé tov 30.000 km totaal)

Deze methode wordt eveneens per vervoermiddel toegepast en is voor een personenwagen beperkt tot maximum 50% aftrek.

Indien u deze methode wenst toe te passen is het vooral belangrijk om de huidig kilometerstand van elk voertuig te noteren en ons te bezorgen.


Methode 3: Algemeen forfait van 35%

Een belastingplichtige die beschikt over minimaal 4 vervoermiddelen mag het beroepsgebruik forfaitair vastleggen op 35%. Deze methode wordt toegepast voor alle bedrijfswagens (personenauto’s en lichte vrachtwagens) en dit voor minstens 4 jaar.

Jaarlijkse herziening

Behalve in methode 3, zal de berekening van de BTW aftrek steeds in twee stappen moeten gebeuren. Gedurende het lopende jaar moet het totale werkelijke privégebruik worden geschat. Het effectieve werkelijke gebruik kan maar begin van het volgende jaar worden vastgesteld. De oorspronkelijke BTW aftrek zal dan moeten worden herzien in de eerste BTW aangifte. Deze herziene aftrek geldt dan weer als voorlopige aftrek voor het nieuwe jaar.

Voordeel alle aard

Gezien de BTW op het privégebruik van het voertuig reeds beperkt is bij de aankoop, dient er geen BTW gerekend te worden op het voordeel alle aard.

Verkoop van bedrijfsmiddelen

Bij de verkoop van een bedrijfswagen kan de maatstaf van heffing worden beperkt tot 50%. Er moet dus slechts 10,5% BTW worden aangerekend. Dit kan reeds voor voertuigen verkocht vanaf 1 januari 2012.

Andere goederen

Ook voor de andere roerende goederen die gebruikt worden voor zowel privé als beroep, moet het beroepsgebruik worden vastgelegd (zoals GSM’s, laptops, PC’s enz). Hiervoor kan een forfait van 75% beroeps worden toegepast.

Het lijkt ons duidelijk dat voor ondernemingen waar er sprake is van een relatief beperkt bedrijfsmatig gebruik de oude regels voordeliger zijn dan de nieuwe.

De keuze van de toe te passen methode is afhankelijk van uw concrete situatie. Daarom vragen wij u om dit te overleggen met uw dossierbeheerder.


REMINDER  !!!!

Nieuwe BTW – boetes van kracht sedert 1 juli 2012


U bezorgt ons de documenten en wij doen voor u het nodige. Wij vragen u wel steeds om uw documenten “tijdig” aan ons te bezorgen. Vanaf heden zal dat “tijdig” een veel zwaardere doorslag hebben. De overheid heeft immers de boetes sterk opgedreven voor onder andere  het “laattijdig indienen” van een aangifte. Dit betekent dat wij alle aangiftes uiterlijk op de 20stevan de maand moeten overmaken aan de overheid. Daar waar in het verleden de aangiftes tot het eind van de maand konden worden overgemaakt en er geen boete aan verbonden was. U werd wel intresten aangerekend op het te laat betalen van de verschuldigde btw maar kreeg geen extra boete voor het laattijdig indienen van de aangifte. Voortaan zal het dus van groot belang worden om u aan de gevraagde indieningsdatum te houden die u telkens in de brief vindt die wij u ieder kwartaal overmaken.

Hierna krijgt u een opsomming van de voor ons meest belangrijke boetes:


Niet-indienen van een btw-aangifte 1.000,00 €
Niet tijdig indienen van een btw-aangifte 100,00 € per aangifte EN per maand vertraging met een maximum van 1.000,00 euro
Niet vermelden van de juiste gestructureerde mededeling 50,00 €
Een toevallige onregelmatigheid bij het invullen van de btw-aangifte 80,00 € per aangifte
Andere onregelmatigheden bij het invullen van een btw-aangifte 500,00 € per aangifte
Niet-indienen van de jaarlijkse btw-listing 3.000,00 €
Het laattijdig indienen van de jaarlijkse btw-listing – maximum 3 maand vertraging Nihil listing : 50,00 €
anders 25,00 € per afnemer met een minimum van 75,00 € en een maximum van 1.500,00 €
Het laattijdig indienen van de jaarlijkse btw-listing – maximum 9 maand vertraging Nihil listing: 150,00 €
ander 75,00 € per afnemer met een minimum van 225,00 € en een maximum van 2.250,00 €
Ontbrekende gegevens op de jaarlijkse btw-listing 150,00 euro per ontbrekend gegeven met een maximum van 1.350,00 €
Niet-indienen van een intracommunautaire opgave 3.000,00 €
Laattijdig indienen van een intracommunautaire opgave: maximum 2 maand vertraging 25,00 € per te vermelden persoon met een minimum van 75,00 € en een maximum van 1.500,00 €
Laattijdig indienen van een intracommunautaire opgave: maximum 6 maand vertraging 75,00 € per te vermelden persoon met een minimum van 225,00 € en een maximum van 2.250,00 €
Laattijdig indienen van een intracommunautaire opgave: vertraging  van meer dan 6 maand 3.000,00 €
Ontbrekende gegevens op de intracommunautaire aangifte 150,00 € per ontbrekend gegeven met een maximum van 1.350,00 €
Het laattijdig opmaken van een factuur Minimaal 50,00 € – maximaal 500,00 €